Translate
woensdag 21 augustus 2013
Mijn documentaire krijgt subsidie
Vandaag plaats ik alleen een link, want mijn documentaire "elke dag vier mei" over de derde generatie wordt gefinancieerd door het CoBo fonds en de NCRV! Wat ben ik blij!!!!!! http://www.selfmadefilms.nl/nl/onze-producties/bekijken/elke-dag-4-mei-2014
dinsdag 20 augustus 2013
Gekke Tatoeages
Gekke Tatoeages
In Tel Aviv kan je tegenwoordig nauwelijks de straat oversteken
zonder twee tattooshops te passeren.
Ook zie je overal mensen met dolfijnen of tribale tekens op hun arm,
buik en nek. Ik zelf heb hier een afkeer van. Niet in verband met religie, maar
door de pijnlijke plek die tatoeages hebben gekregen binnen onze recente
geschiedenis.
Afgelopen week zag ik een artikel in the New York Times dat ik
twee keer moest lezen om het tot me door te laten dringen. Er schijnen
honderden jonge Israëli’s te zijn die het kampnummer van hun opa of oma op hun
arm laten tatoeëren.
Eli Sagir, een meisje van 21 met het nummer 157622 aan de
binnenkant van haar pols, heeft na een schooltrip naar Auschwitz besloten haar
opa Joseph Diamant met dit teken te eren. Ze merkt dat de Holocaust steeds meer
in de vergetelheid raakt onder haar generatiegenoten en ziet zichzelf als link
met de toekomst: zij moet de herinnering in leven houden, zodat het nooit
opnieuw kan gebeuren. Toen haar opa het zag kuste hij haar arm.
Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat ik hier mee moet. Ik
vind het erg belangrijk dat mensen, en vooral jongeren, de Shoa herdenken. Wij
zijn inderdaad de laatsten die de verhalen van de overlevenden uit eerste hand
kunnen horen en het is onze taak de geschiedenis door te geven. Maar de
tatoeage die de Nazi’s in de arm van je grootouder hebben gekerfd kopiëren? Het
staat me tegen.
Dat sommige
grootouders geroerd zijn begrijp ik op zich nog wel, voor hen is dit gebaar
immers ook een symbool van verbondenheid. Misschien is het ook anders voor kleinkinderen die niet hier
wonen. In Europa heeft het allemaal letterlijk plaats gevonden, elke trein
herinnert ons er bij wijze van spreke aan. Hoewel het deel van de Israëlische
samenleving is geworden, blijft het daar toch veel abstracter.
Wij hebben die nummers niet nodig om onze familiegeschiedenis
niet te vergeten. Maar ook zij kunnen beter een museum of een monument bezoeken
dan iets overnemen dat het toppunt van dehumanisering uitdrukt. Je kan ook
letterlijk te veel in het verleden blijven hangen.
(NIW 2012)
maandag 19 augustus 2013
Feuten
Feuten
Het is eind augustus en de Amsterdamse straten vullen zich
zoals elk jaar rond deze tijd met nieuwe eerstejaars studenten. Je herkent de
meesten aan een verwonderde blik in de ogen en grote tassen met de naam van hun
universiteit of hogeschool erop gedrukt.
Ik durf het haast niet toe te geven, maar ook ik heb me in
een ver verleden –nou ja, misschien niet eens zo heel ver- willen aansluiten bij een
studentenvereniging. Niet het corps, dat ging me te ver, maar wel iets wat er
gevaarlijk veel op leek. Avonden op een sociëteit hangen en vrienden voor het
leven maken zag ik toen wel zitten, de ontgroening nam ik op de koop toe.
Dat ik verkleed als een kikker door de Leidse straat moest
springen kon ik nog wel hebben. Dat in elke dag om zes uur ’s ochtends wakker
werd gebeld, uit werd gelachen en constant bier achterover moest slaan was ook
nog te doen.
Maar het ging me echt te ver dat ik mijn naam moest
inwisselen voor meisje nummer 10453,
dat ik en de andere feuten in legerhouding op volgorde van lengte
moesten staan, dat we jurkjes aanhadden waar balletjes aanhingen die er steeds
werden afgetrokken en die we er zelf weer aan moesten naaien en dat we voor de
ouderejaars moesten knielen en hen aanspreken alsof het hoge autoriteiten
waren. Mijn lotgenootjes vonden het wel geinig. Ik denk dat ze er niet dezelfde
associaties bij hadden als ik. Of misschien was het van mij te ver gezocht dat het me in de verte aan de oorlog deed denken, maar dat was in ieder geval wel hoe ik het voelde.
Ik wist al een tijdje dat dit niet mijn vrienden voor het
leven zouden gaan worden, toen de vriend van mijn oma plotseling overleed. Ik
mocht niet naar de begrafenis, want dan zette ik me niet genoeg in voor het
dispuut. Ik heb mijn balletjesjurk ter
plekke uitgetrokken en ben met opgeheven
hoofd weggegaan.
Misschien een tip voor de eerstejaars van nu: lekker aan de
bar hangen kan ook zonder voor wie dan ook te buigen.
(NIW)
(NIW)
zondag 18 augustus 2013
Meldpunt Moslimhaat
Meldpunt Moslimhaat
Het was een warme lentedag in 2003. Ik was zestien jaar oud
en ging met de tram naar de stad om met wat vriendinnen in de McDonalds te
hangen. Achter me hoorde ik de stem van een jongen. Hij maakte sissende
geluiden en zei iets dat op ‘kanker jood’ leek. Met een ruk draaide ik me
om. In een hoek stond een wat
oudere man als versteend. Om zijn hals bungelde een ketting met een Magen David
eraan. En inderdaad: hij werd uitgescholden. Het was druk in het voertuig, maar iedereen keek letterlijk
de andere kant op. Waar sloeg dit
op? Waarom greep niemand in?
Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen en wurmde me in
hun richting. Daar stond ik met mijn 1 meter 58 tegenover iemand die minstens
twee koppen groter was te verkondigen dat hij even rustig moest doen. Hij merkte als snel dat ikzelf
waarschijnlijk ook joods was en begon mij verrot te schelden: ‘lelijke hoer,
vieze jood, je familie had helemaal uitgemoord moeten worden!’. Ik besloot uit
te stappen. De jongen kwam achter me aan en gaf me een klap in mijn gezicht.
Wat deden de omstanders? Niets.
Zoiets doet pijn. Het is vreselijk om te worden
uitgescholden en bijna nog erger om te moeten vaststellen dat iedereen de
andere kant op kijkt. Dat was het toen voor mij, maar zou het anders zijn
wanneer een Marokkaans meisje door een blonde Hollander voor ‘kut Fatima’ wordt
uitgescholden? Ik denk van niet.
Het CIDI is al jaren bezig met het in kaart brengen van
antisemitisme. Nu willen ze helpen met het opzetten van het Meldpunt Moslimhaat.
Velen hebben dar kritiek op, omdat ze vinden dat het CIDI zich uitsluitend met
Israël
moet bezighouden, een reactie waar ik erg van schrik. Het is toch alleen maar
goed als ze hun expertise inzetten om racisme in het algemeen te voorkomen?
Discriminatie van wie dan ook moet koste wat kost voorkomen worden lijkt me zo.
In mijn ideale samenleving zou
iedereen met elkaar overweg moeten kunnen: of je nou jood, moslim, christen,
zwart, geel, paars of groen bent.
NIW 2013
vrijdag 16 augustus 2013
Joodse moeder van het jaar
Joodse moeder van het jaar
Je kunt er tegenwoordig niet meer omheen: afvalraces op
televisie. Dit wegstem genre begon in 1999 met “Big Brother” en inmiddels is de
Nederlandse kijker al jaren bekend met
shows als “Idols” voor muzikale talenten, “de Bachelor” voor vrouwen die graag een partner willen
winnen en “Premier gezocht!”, als zoektocht naar een mogelijke geschikte
minister-president.
In Engeland hebben ze nu wel een erg originele variant op
dit format bedacht: “Jewish Mother of the Year”. Uit honderden inzendingen koos
Channel 4 acht dames die in een
aantal afleveringen elkaar moeten overtroeven en bewijzen dat zij de beste
Yiddishe mama zijn. Uiteraard
worden ook hier elke week twee moeders naar huis gestuurd. De deelnemers
bestaan uit een mix van seculiere
en orthodoxe vrouwen die wekelijks worden beoordeeld door een Engelse soapster
en professor Dovid Katz. Naast de eervolle titel mag de winnares ook een
wekelijkse column gaan schrijven voor ‘The Jewish News”.
De taken die de vrouwen moeten uitvoeren bestaan onder meer uit
het organiseren van een Bar Mitzwa feest voor 170 mensen (inclusief koken en
het maken van fruitsculpturen),
het vinden van een potentiële partner voor een 29-jarige vrouw, het
regelen van een activiteitenmiddag voor joodse bejaarden en het hosten van de
perfecte sjabbesmaaltijd.
Na de eerste uitzending werd de serie onmiddellijk
aangevallen. Voormalig voorzitter
van de BBC, Michael Grade, vindt het schandelijk dat de clichés
over joden weer in stand worden gehouden en Yvonne Brent van The Leaugue of
Jewish Women noemt het seksistisch om de vrouwen te selecteren op kwaliteiten
als beste taartenbakster.
Ik moet toegeven dat het een grappig idee is, maar ben het
wel eens met de kritieken. Ik heb dan ook geen Nederlandse versie van het
programma nodig om mijn eigen moeder als winnaar uit te roepen. Niet alleen voor één jaar, maar voor altijd. Zij
kan dan wel geen beeld van Tevje de Melkboer uit een watermeloen snijden, koopt
liever koekjes dan dat ze die zelf maakt en bemoeit zich nooit met mijn
liefdesleven, maar ze is ongelooflijk zorgzaam, geeft onvoorwaardelijk veel
liefde en is er altijd voor mij. En dát noem ik nou echt de
perfecte (joodse) moeder.
(NIW november 2012)
maandag 12 augustus 2013
De derde generatie?
Een oudje over de derde generatie, het thema waar ik inmiddels een boek over schrijf!
Column voor Auschwitz Bulletin – Januari 2012
Het is inmiddels 2012 en meer dan dertig jaar geleden dat de
discussie voor het eerst oplaaide over de kwestie of de Tweede generatie zou
bestaan. Onzin vond men dat toen. Hoezo zouden de kinderen van overlevenden
last hebben van de Tweede Wereldoorlog? Ze hadden het zelf toch niet
meegemaakt? Inmiddels twijfelt niemand er meer aan of de tweede generatie
bestaat. Vele onderzoeken en boeken hebben aangetoond dat veel joodse
babyboomers wel degelijk hebben geleden onder de trauma’s van hun ouders.
Schuldgevoelens, afhankelijkheid. depressies, perfectionisme,
minderwaardigheid,
Ik ben 25 jaar en als ik vertel dat ik tot de derde
generatie behoor wordt ik meestal uitgelachen. De oorlog is immers al zo lang geleden. Ik moet blij zijn met
de tijd waarin ik leef en verder niet zeuren. Maar ja, hoe kan ik mijn overgevoeligheid voor het leven
anders verklaren?
Mijn lieve oma, die helaas twee jaar geleden is overleden,
heeft de oorlog misschien wel fysiek overleefd, maar nooit helemaal mentaal: altijd
praatte ze over ‘toen’ en de moffen en de aardige christenen in Krommenie
tijdens haar onderduiktijd. Nog voor mijn tiende wist ik precies welk
familielid waar en wanneer vermoord was.
Op deze manier probeerde mijn oma mij dingen te leren over een
voor haar alles bepalende periode in het leven, alleen was ik toen nog veel te
jong om het te begrijpen en werd ik bang. Bang voor alles.
Anders dan andere kinderen durfde ik niet wild te spelen,
omdat ik bang was om mezelf pijn te doen. Bij vriendinnetjes logeren deed ik
niet, want wat als ik dan nooit meer thuis zou komen? Toen ik wat ouder werd
begon het zich te vertalen naar meer fundamentele levensvragen: Waarom besta ik
wel en zoveel anderen niet? Wat
heb ik gedaan om te mogen leven?
Eerlijk gezegd vond ik het maar niets om joods te zijn, ik associeerde
het voornamelijk met oorlog en ellende. Daar kwam verandering in toen ik op
mijn 16e mee ging naar Polen met het Auschwitz comité.
Een week lang heb ik gehuild. Toen ik terug kwam was ik trotser dan ooit op
mijn familie, mijn afkomst, op wie ik zelf was. Wat ik verder vooral leerde
tijdens die week, was de waarde van herdenken. Het is al jaren geleden, maar ik
zie mezelf nog zo staan, omringd door mensen die de namen van omgebrachte
familieleden voorlazen. De meesten
van hen hadden zelf nooit de mogelijkheid gehad hen te leren kennen, maar het
maakte de emoties er niet minder echt om. Ja de oorlog is al jaren afgelopen,
maar dat betekent niet dat je er niet meer om kan en mag rouwen.
Ik ben er dus van overtuigd dat er zeker een derde generatie
bestaat. Echter denk ik wel dat er
een verschil is tussen ons en onze ouders is. Veel overlevenden vinden het
belangrijk dat de verhalen over de Shoah doorverteld worden, opdat zoiets
dergelijks nooit meer kan gebeuren. Hun kinderen staan soms iets te dicht bij
om over zoveel pijn te praten, maar de kleinkinderen hebben de perfecte
afstand. Ik denk dus dat het onze taak is om te verhalen in leven te houden,
het herdenken in leven te houden, zeker nu de eerste generatie langzaam aan het
uitsterven is.
Drie jaar geleden maakte in een documentaire over mijn oma,
die nooit over het verlies van haar broer en zus heen kwam. Dit jaar studeer ik
af aan de Nederlandse Film- en Televisie academie, mijn eindexamen film gaat over een jongen die er op zijn 20ste
pas achterkomt dat hij joods is en nog een oma heeft die in Israël
woont. Hij gaat haar opzoeken met de vraag waarom zijn recent overleden moeder
dit altijd voor hem verzwegen heeft. Langzaam maar zeker komt hij er achter dat
het allemaal door de Holocaust komt en leert hij zichzelf en zijn
familiegeschiedenis te omarmen.
Het lukt mijn hoofdrol speler in een half uur. Ik ben al
mijn leven lang met dit acceptatie proces bezig, maar ik denk dat ik eindelijk
een manier heb gevonden om er mee om te gaan: Films maken, schrijven, praten, vragen stellen aan overlevenden, herdenken en vooral nooit, maar dan ook nooit vergeten!
Natascha van Weezel
donderdag 8 augustus 2013
Fact Finding Mission
Vorige maand maakte ik met het CiJo een heel bijzondere reis naar Israel en de Palestijnse gebieden. Het doel van de reis was om meer over het conflict te weten te komen, In acht dagen bezochten we Jeruzalem, Ramallah, de Golan, de grenzen met Syrie en Libanon, Hebron, Tel Aviv, Sderot, en Tel Sheva. We spraken met settlers, de PLO, Bedouinen, Palestijnse burgers bij een checkpoint, nabestaanden die zich hadden verenigd in de organicartie Circle of Bereaved Parents, iemand van Breaking the silence, een Iran deskundige en Nederlands een Nederlandse correspondent.
Voor de website van het CiJo schreef ik een verslag van ons bezoek aan de grens met Gaza en Sderot.
Maandag 8 juli 2013 FFM
Het is kwart over zes ’s ochtends als de wekker gaat. Thuis sta ik het liefste op rond een uur of elf, maar aangezien we de afgelopen dagen minstens net zo vroeg uit de veren moesten begin ik er al aan te wennen. De instant koffie uit zakjes die we bij het ontbijt halen doet ook wonderen.
In de bus op weg naar Sderot worden we ingelicht over wat we moeten doen als er een raket in de buurt wordt afgeschoten. Deze stad in het zuiden van Israël wordt namelijk nogal eens aangevallen door de Hamas, Gaza is op nog geen twee kilometer afstand. Mocht er een sirene afgaan, dan moeten we in ‘a very determined but calm way’ binnen 15 seconden een schuilkelder induiken. Gelukkig schijnen deze elke vijf meter te vinden te zijn, ook midden op straat. Mijn eerste reactie is dat ik zo snel mogelijk terug wil naar Tel-Aviv, maar aan de andere kant wil ik toch wel erg graag de plek zien waar mensen leven die dit echt regelmatig meemaken. Ik kwam hier immers niet om in de zon te liggen en te winkelen, maar om alles over het conflict te leren. Eng of niet; het hoort erbij. Ik blijf dus maar heel erg hopen dat er vandaag geen raket wordt gelanceerd.
Voordat we Sderot aandoen rijden we eerst langs het Eretz Crossing point, de grens tussen Israël en de Gazastrook. Een enorm moderne terminal verschijnt in ons blikveld, met slechts een handje vol mensen ervoor. Gehuld in hoofddoeken wachten zij op familieleden die bij hoge uitzondering Israel mogen bezoeken. Het heeft iets treurigs. Vroeger kon men hier zomaar over de grens, maar het is duidelijk dat die dagen ver achter ons liggen. En het is begrijpelijk, want de Hamas is een terroristische organisatie en er zitten genoeg mensen bij die Israël van de kaart willen vegen en er zijn momenteel absoluut geen onderhandelingen met hen nodig, maar de aanblik van deze nagenoeg verlaten vlakte spreekt boekdelen en ik vraag me af hoe het leven is van de Gazanen die helemaal niets met de Hamas te maken hebben. Dit gevoel wordt versterkt als we via een uitkijkpunt dat een stukje verderop gelegen is Gaza kunnen binnenkijken en het een veel groter gebied blijkt te zijn dan ik aanvankelijk dacht. Ook het prikkeldraad, de tanks, de wachttorens en de witte ballon met camera’s erin van het Israëlische leger zien er onheilspellend uit.
Maar dat deze maatregelen helaas echt noodzakelijk zijn zien we even later met eigen ogen in Sderot. Alle bushokjes zijn in de vorm van schuilkelders gebouwd, zodat je ook als je op straat loopt of op de bus aan het wachten bent tijdens een aanval jezelf onmiddellijk in veiligheid kan brengen. We bezoeken een basisschool dat onder een ijzeren schild is gebouwd zodat de kinderen ook binnen veilig zijn en we gaan langs bij een depot van de politie waar ze afgeschoten raketten verzamelen. Het voelt raar om het bruin roestige ijzer aan te raken. De data van de aanvallen staan erin gekerfd.
Maar wat het meeste indruk op me maakt is een gigantisch betonnen rups op een speelplaats. Van veraf lijkt het gewoon op een speeltoestel met vrolijke oranje, gele en groene kleurtjes, maar als je dichtbij komt blijkt het een schuilkelder te zijn voor kinderen die op dat plaatsje, dat de gemeente ironisch genoeg ‘Park of good wishes’ heeft genoemd, spelen. Eerder lieten de ouders hun kindjes uit angst voor raketten helemaal niet meer naar buiten gaan, dus dit bleek de meest ideale oplossing. Iemand uit mijn groep fluistert dat kinderen zo wel erg snel hun onschuldigheid verliezen. Hij slaat de spijker op z’n kop, ook dat doet het conflict.
Als we gaan lunchen blijf ik panisch om me heenkijken of er geen signalen zijn dat er binnenkort een raket naast me zal neervallen. Niet te lang op openruimtes blijven, oren gespitst, waar is de dichtstbijzijnde schuilkelder? Hoe houden mensen het vol om hier te wonen? Waarom verhuizen deze mensen niet? Gaat er even door mijn hoofd. Heel naief natuurlijk. Ten eerste is het altijd al een arme regio geweest, de mensen die hier wonen hebben niet veel geld om te verhuizen. Hun huis verkopen aan anderen zal ook niet al te makkelijk gaan. En zoals Ofer, de directeur van de net buiten Sderot gelegen kibboets Nirim zegt, heeft het ook met een gevoel van patriottisme te maken. Hij heeft dagen gekend dat het alarm 40 keer afging, zijn dochter heeft tot haar vierde levensjaar onder zijn bed geslapen vanwege de veiligheid en dat was niet al te best voor zijn seksleven, maar hij hoort hier thuis. Zijn huis staat hier, zijn vrienden wonen hier en zijn koeien zijn hier te vinden. Bovendien is het een zwak gebaar naar de Hamas als hij weggaat, dan hebben ze hem naar eigen zeggen precies waar ze hem hebben willen. Mijn hersenen maken voor de zoveelste keer overuren.
Pas ’s avonds op het strand tijdens het roken van een waterpijp kom ik wat bij zinnen. Het is alweer de laatste avond en ik probeer na te denken over wat ik de afgelopen week gezien heb. Ik heb zoveel indrukken opgedaan en zoveel geweldige mensen ontmoet, ik weet zeker dat deze reis me veranderd heeft, al weet ik nog niet hoe. Daar zal ik terug in Amsterdam ongetwijfeld over na gaan denken, maar nu wil ik voor de laatste keer het Israëlische zand tussen mijn tenen voelen kriebelen
Natascha
Voor de website van het CiJo schreef ik een verslag van ons bezoek aan de grens met Gaza en Sderot.
Het is kwart over zes ’s ochtends als de wekker gaat. Thuis sta ik het liefste op rond een uur of elf, maar aangezien we de afgelopen dagen minstens net zo vroeg uit de veren moesten begin ik er al aan te wennen. De instant koffie uit zakjes die we bij het ontbijt halen doet ook wonderen.
In de bus op weg naar Sderot worden we ingelicht over wat we moeten doen als er een raket in de buurt wordt afgeschoten. Deze stad in het zuiden van Israël wordt namelijk nogal eens aangevallen door de Hamas, Gaza is op nog geen twee kilometer afstand. Mocht er een sirene afgaan, dan moeten we in ‘a very determined but calm way’ binnen 15 seconden een schuilkelder induiken. Gelukkig schijnen deze elke vijf meter te vinden te zijn, ook midden op straat. Mijn eerste reactie is dat ik zo snel mogelijk terug wil naar Tel-Aviv, maar aan de andere kant wil ik toch wel erg graag de plek zien waar mensen leven die dit echt regelmatig meemaken. Ik kwam hier immers niet om in de zon te liggen en te winkelen, maar om alles over het conflict te leren. Eng of niet; het hoort erbij. Ik blijf dus maar heel erg hopen dat er vandaag geen raket wordt gelanceerd.
Voordat we Sderot aandoen rijden we eerst langs het Eretz Crossing point, de grens tussen Israël en de Gazastrook. Een enorm moderne terminal verschijnt in ons blikveld, met slechts een handje vol mensen ervoor. Gehuld in hoofddoeken wachten zij op familieleden die bij hoge uitzondering Israel mogen bezoeken. Het heeft iets treurigs. Vroeger kon men hier zomaar over de grens, maar het is duidelijk dat die dagen ver achter ons liggen. En het is begrijpelijk, want de Hamas is een terroristische organisatie en er zitten genoeg mensen bij die Israël van de kaart willen vegen en er zijn momenteel absoluut geen onderhandelingen met hen nodig, maar de aanblik van deze nagenoeg verlaten vlakte spreekt boekdelen en ik vraag me af hoe het leven is van de Gazanen die helemaal niets met de Hamas te maken hebben. Dit gevoel wordt versterkt als we via een uitkijkpunt dat een stukje verderop gelegen is Gaza kunnen binnenkijken en het een veel groter gebied blijkt te zijn dan ik aanvankelijk dacht. Ook het prikkeldraad, de tanks, de wachttorens en de witte ballon met camera’s erin van het Israëlische leger zien er onheilspellend uit.
Maar dat deze maatregelen helaas echt noodzakelijk zijn zien we even later met eigen ogen in Sderot. Alle bushokjes zijn in de vorm van schuilkelders gebouwd, zodat je ook als je op straat loopt of op de bus aan het wachten bent tijdens een aanval jezelf onmiddellijk in veiligheid kan brengen. We bezoeken een basisschool dat onder een ijzeren schild is gebouwd zodat de kinderen ook binnen veilig zijn en we gaan langs bij een depot van de politie waar ze afgeschoten raketten verzamelen. Het voelt raar om het bruin roestige ijzer aan te raken. De data van de aanvallen staan erin gekerfd.
Maar wat het meeste indruk op me maakt is een gigantisch betonnen rups op een speelplaats. Van veraf lijkt het gewoon op een speeltoestel met vrolijke oranje, gele en groene kleurtjes, maar als je dichtbij komt blijkt het een schuilkelder te zijn voor kinderen die op dat plaatsje, dat de gemeente ironisch genoeg ‘Park of good wishes’ heeft genoemd, spelen. Eerder lieten de ouders hun kindjes uit angst voor raketten helemaal niet meer naar buiten gaan, dus dit bleek de meest ideale oplossing. Iemand uit mijn groep fluistert dat kinderen zo wel erg snel hun onschuldigheid verliezen. Hij slaat de spijker op z’n kop, ook dat doet het conflict.
Als we gaan lunchen blijf ik panisch om me heenkijken of er geen signalen zijn dat er binnenkort een raket naast me zal neervallen. Niet te lang op openruimtes blijven, oren gespitst, waar is de dichtstbijzijnde schuilkelder? Hoe houden mensen het vol om hier te wonen? Waarom verhuizen deze mensen niet? Gaat er even door mijn hoofd. Heel naief natuurlijk. Ten eerste is het altijd al een arme regio geweest, de mensen die hier wonen hebben niet veel geld om te verhuizen. Hun huis verkopen aan anderen zal ook niet al te makkelijk gaan. En zoals Ofer, de directeur van de net buiten Sderot gelegen kibboets Nirim zegt, heeft het ook met een gevoel van patriottisme te maken. Hij heeft dagen gekend dat het alarm 40 keer afging, zijn dochter heeft tot haar vierde levensjaar onder zijn bed geslapen vanwege de veiligheid en dat was niet al te best voor zijn seksleven, maar hij hoort hier thuis. Zijn huis staat hier, zijn vrienden wonen hier en zijn koeien zijn hier te vinden. Bovendien is het een zwak gebaar naar de Hamas als hij weggaat, dan hebben ze hem naar eigen zeggen precies waar ze hem hebben willen. Mijn hersenen maken voor de zoveelste keer overuren.
Pas ’s avonds op het strand tijdens het roken van een waterpijp kom ik wat bij zinnen. Het is alweer de laatste avond en ik probeer na te denken over wat ik de afgelopen week gezien heb. Ik heb zoveel indrukken opgedaan en zoveel geweldige mensen ontmoet, ik weet zeker dat deze reis me veranderd heeft, al weet ik nog niet hoe. Daar zal ik terug in Amsterdam ongetwijfeld over na gaan denken, maar nu wil ik voor de laatste keer het Israëlische zand tussen mijn tenen voelen kriebelen
Natascha
Abonneren op:
Posts (Atom)





